BNP Paribas: Groepsresultaten per 30 juni 2014 - BNP Paribas Belgium
BNP Paribas in Belgium News & press
July 31, 2014 - , ,

BNP Paribas: Groepsresultaten per 30 juni 2014

Forward to a friendForward to a friend PrintPrint

Op 30 juli 2014 onderzocht de Raad van Bestuur van BNP Paribas, onder het voorzitterschap van Baudouin Prot, de resultaten van de Groep voor het tweede kwartaal van 2014, en keurde de rekeningen voor het eerste halfjaar goed.

 

HEEL SIGNIFICANTE IMPACT VAN DE UITZONDERLIJKE ELEMENTEN. HEEL GOEDE PRESTATIE MET EEN NETTORESULTAAT VAN € 1,9 MD ZONDER DEZE ELEMENTEN

De resultaten van de Groep ondervinden dit kwartaal de impact van het globale akkoord met de Amerikaanse overheid (1)  in verband met de herziening van bepaalde transacties in dollar, die onder meer de betaling door BNP Paribas omvat van een totaal bedrag aan boetes van 8,97 miljard dollar
(6,6 miljard euro). Rekening houdend met de al geprovisioneerde bedragen boekt de Groep dit kwartaal aldus een uitzonderlijke last voor een globaal bedrag van 5.950 miljoen euro, waarvan 5.750 miljoen in het kader van de boetes, en 200 miljoen euro voor alle toekomstige kosten van het herstelplan dat samen met het globale akkoord werd aangekondigd.

Zonder deze elementen levert de Groep dit kwartaal een heel goede prestatie.

Het nettobankresultaat bedraagt 9.568 miljoen euro, een daling met 2,3% tegenover het tweede kwartaal van 2013. Het omvat dit kwartaal twee uitzonderlijke elementen voor een totaal nettobedrag van -353 miljoen euro: de invoering van de “Funding Valuation Adjustment” (FVA) in Fixed Income voor -166 miljoen euro en de herwaardering van de schuld uitgegeven door de groep (“OCA”) en van het kredietrisico van de groep vervat in derivaten (“DVA”) voor -187 miljoen euro. De uitzonderlijke elementen van het nettobankresultaat bedroegen in dezelfde periode vorig jaar +150 miljoen euro. Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers stijgt het nettobankresultaat met 4,8% in vergelijking met hetzelfde kwartaal vorig jaar.

De inkomsten van de operationele pijlers stijgen met 4,0% (2) in vergelijking met het tweede kwartaal van 2013: ze zijn stabiel (3) bij Retail Banking, noteren een goede vooruitgang bij Investment Solutions [+5,0% (3)], en stijgen sterk bij Corporate and Institutional Banking [+14,6% (2)].

De beheerskosten stijgen met 4,3% tot 6.517 miljoen euro. Ze omvatten dit kwartaal de uitzonderlijke impact van de transformatiekosten van “Simple & Efficient” voor een bedrag van
198 miljoen euro (74 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2013). Exclusief transformatiekosten en bij constante perimeter en wisselkoers stijgen ze met 4,1%.

De beheerskosten van de operationele pijlers stijgen met 3,9% (3), in het bijzonder in verband met de ontwikkeling van de activiteit bij Investment Solutions en CIB, en ze profiteren van de effecten van Simple & Efficient. Ze stijgen met 0,8% (3) bij Retail Banking, met 3,7% (3) bij Investment Solutions en met 11,9% (3) bij CIB.

Het brutobedrijfsresultaat daalt met 13,8% over de periode, tot 3.051 miljoen euro. Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers stijgt het met 6,1% en met 4,3% voor de operationele pijlers.

De kostprijs van het risico van de Groep daalt dit kwartaal met 18,1% tot 855 miljoen euro
(53 basispunten van de uitstaande kredieten aan klanten) en is globaal bekeken stabiel sinds begin 2013, wat het goede risicobeheer van de Groep aantoont.

Rekening houdend met de impact van het akkoord met de Amerikaanse overheid bedraagt het resultaat vóór belastingen zo -3.600 miljoen euro (2.713 miljoen in het tweede kwartaal van 2013). Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers stijgt het met 15,8% (+11,4% voor de operationele pijlers).

Het nettoresultaat, aandeel van de Groep, bedraagt -4.317 miljoen euro (1.765 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2013). Exclusief het effect van de uitzonderlijke elementen bedraagt het 1.924 miljoen euro, een stijging met 23,2% tegenover dezelfde periode vorig jaar.

Zonder de netto-impact van de kosten inzake het globale akkoord met de Amerikaanse overheid bedraagt de rendabiliteit van het eigen vermogen op jaarbasis (4) 8,2% en de nettowinst per aandeel voor het kwartaal € 2,51.

De balans van de Groep is heel solide. De solvabiliteit ligt in de lijn van de doelstellingen van het plan 2014-2016, met een “Common Equity Tier 1-ratio Bazel 3 fully loaded (5)” van 10,0% en de hefboomratio Bazel 3 fully loaded (5) bedraagt 3,5% (6) . De onmiddellijk beschikbare liquiditeitsreserve van de Groep bedraagt 244 miljard euro (247 miljard euro eind 2013). Dat betekent meer dan een jaar manoeuvreerruimte in vergelijking met de marktfinanciering.

De groep implementeert een ingrijpende verandering in zijn intern controlesysteem.

Om hun onafhankelijkheid en hun autonomie van middelen te garanderen, zal de organisatie van de toezichthoudende en controlefuncties worden afgestemd op het model van de functie “Risico’s” en de Algemene Inspectie, met in het bijzonder een verticale integratie van de organisatie van de functies “Conformiteit” en “Legal”.

Er zal een “Groepscomité voor Toezicht en Controle” worden opgericht, voorgezeten door de directeur-generaal, om de coherentie en de coördinatie van de acties in verband met toezicht en controle te garanderen. Er zal ook een “Groepscomité Ethiek” worden opgericht, dat verantwoordelijk wordt voor de oriëntatie en de opvolging van het beleid in bepaalde, gevoelige activiteitensectoren en landen evenals voor de gedragscode van de Groep.

Ten slotte zullen de middelen en de procedures voor conformiteit en controle nog worden versterkt. Al deze maatregelen komen bovenop het herstelplan dat samen met het globale akkoord met de Amerikaanse overheid werd aangekondigd.

Voor het hele eerste semester ondervinden de resultaten van de groep de impact van de uitzonderlijke lasten in verband met het globale akkoord met de Amerikaanse overheid voor een totaal bedrag van 5.950 miljoen euro. Exclusief impact van alle uitzonderlijke elementen bedraagt het nettoresultaat, aandeel van de Groep, 3.535 miljoen euro.

Het nettobankresultaat bedraagt 19.481 miljoen euro, een daling met 1,4% in vergelijking met het eerste semester van 2013. Het omvat dit semester voor -116 miljoen euro aan uitzonderlijke elementen tegenover +299 miljoen euro in hetzelfde semester vorig jaar. Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers stijgt het met 2,7% (+1,9% voor de operationele pijlers).

De beheerskosten stijgen met 1,4% tot 12.899 miljoen euro. Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers bedraagt de stijging 2,3% (+2,8% voor de operationele pijlers).

Het brutobedrijfsresultaat bedraagt 6.582 miljoen euro, een daling met 6,5% tegenover het resultaat in het eerste semester van 2013, maar een stijging met 3,4% exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers (+0,3% voor de operationele pijlers).

De kostprijs van het risico, 1.939 miljoen euro, daalt met 0,8% in vergelijking met het eerste halfjaar van 2013.

Dat brengt het resultaat vóór belastingen op -1.053 miljoen euro voor het eerste semester van 2014
(5.358 miljoen euro in het eerste semester van 2013). Exclusief uitzonderlijke elementen en bij constante perimeter en wisselkoers stijgt het met 6,0% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Zo realiseert BNP Paribas dit kwartaal een nettoresultaat (groepsaandeel) van -2.649 miljoen euro (3.350 miljoen euro in het eerste semester van 2013). Exclusief impact van de uitzonderlijke elementen bedraagt het 3.535 miljoen euro, een stijging met 12,3% tegenover dezelfde periode vorig jaar.

  (1)Bekendgemaakt op 30 juni 2014, zie toelichting 3.g bij de geconsolideerde rekeningen per 30 juni 2014
  (2)Bij constante perimeter en wisselkoers, exclusief uitzonderlijke elementen
  (3)Bij constante perimeter en wisselkoers
  (4)OCA/DVA niet omgerekend op jaarbasis en nettoresultaat herwerkt op basis van de kosten in verband met het    globale akkoord met de Amerikaanse overheid
  (5)Ratio rekening houdend met alle regels van CRD4 zonder overgangsmaatregelen
  (6)Met inbegrip van de komende vervanging van de niet langer in aanmerking komende Tier 1’s door   gelijkaardige    instrumenten die wel in aanmerking komen